Prevalentie en vitamine B12 tekort

Wij kunnen ons niet vinden in de volgende stelling van NHG: “De prevalentie van B12 tekort in westerse landen bedraagt enkele procenten.” Door te spreken over “enkele procenten” onderschat men het probleem.

Ondanks de toegenomen aandacht voor vitamine B12-deficiëntie in de Nederlandse gezondheidszorg, ontbreken er nog altijd nationale cijfers met betrekking tot de incidentie en prevalentie van vitamine B12-deficiëntie in Nederland. Slechts Van Asselt heeft de prevalentie onder ouderen in beeld gebracht (Van Asselt et al., 1998).

Buiten de Nederlandse grenzen is veel meer onderzoek gedaan naar de omvang van dit probleem. In 2008 werd zelfs door de WHO gesteld dat we mogelijk te maken hebben met een wereldwijd probleem voor de volksgezondheid (McLean, 2008). In deze buitenlandse onderzoeken wordt unaniem geconcludeerd dat de prevalentie van vitamine B12-tekort hoger ligt dan altijd werd gedacht.

In de Framingham Offspring B12 Study naar de prevalentie van vitamine B12-tekort (Tucker et al., 2000), wordt gesproken van een plasmawaarde van <185 pmol/L bij 17 % van de bevolking. Van de populatie heeft 39% een waarde van <258 pmol/L en 9 % heeft een waarde van < 148 pmol/L. Deze cijfers worden gestaafd door een recent rapport van de Engelse NHS (Hunt, Harrington, & Robinson, 2014). Uit de studies blijkt tevens dat vitamine B12-tekort niet alleen onder ouderen voorkomt maar ook wel degelijk bij een jongere populatie.